Wouter wauwelt maar doet niks
April 11th, 2007
Het grote graaien van de zogenaamde “topmannen” van het Nederlandse bedrijfsleven duurt nog steeds voort, tien jaar nadat Wim Kok al eens een beroep deed op het goed fatsoen van deze dames en heren, dus liet Woutertje Bos weer eens zijn tanden zien met flinke taal over hoe de stijging van de topinkomens maar eens aan banden moest worden gelegd. Maar gaat hij er ook echt wat aan doen?
Natuurlijk niet. Meneer is net minister van financiën en coalitiepartner CDA heeft helemaal geen oren naar dit soort dingen. Bos laat het dus wel uit zijn hoofd om ook maar enige concrete actie te ondernemen. De stoere praat is enkel bedoeld om de achterban zoet te houden; die kijkt ondertussen steeds meer met een jaloers oog naar de SP en haar voorman, Jan Marijnissen, die wel bereid zijn om woorden bij daden te voegen…
Woutertje verdedigde zichzelf door te stellen dat de overheid gewoon niet bij machte is om de topinkomens in te perken en dat een moreel beroep daardoor de enige optie was, maar dat is natuurlijk onzin. Wat de overheid kan doen, en vroeger wel degelijk heeft gedaan, is de topinkomens extra zwaar belasten door de hoogste belastingschijf eens fors op te hogen. Ook zo het, net zoals het al doet voor de overheid zelf (niemand mag meer verdienen dan de minister president), grenzen stellen aan hoeveel salaris iemand mag krijgen; bv. door te eisen dat het hoogste salaris binnen een bedrijf niet meer dan tien keer het laagste salaris mag zijn….
Maar ja, de concurrentie positie van het Nederlands bedrijfsleven zou in gevaar kunnen komen omdat al dat zogenaamde toptalent dan naar het buitenland zou gaan. Ik geloof er niet zo in, noch in het idee dat de bestuurders van een bedrijf belangrijk genoeg zijn om zo buitensporig te belonen, noch in het idee dat een wat minder absurde beloning zou betekenen dat een bedrijf geen goed personeel meer zou kunnen aantrekken. Tenslotte heeft het Nederlandse bedrijfsleven het decennnia zonder deze beloningen kunnen redden op een wereldmarkt die echt niet zoveel minder concurrerend was.